BOOS

BOOS

Ik ben verdrietig…en ik ben boos.
Ik ben verdrietig om te zien hoe het groene landschap om mij heen verandert in beton. Langzaam rijzen er om mij heen als paddenstoelen uit de grond steeds meer stallen, waarin duizenden kippen als stukjes samengeperst vlees opeen zijn gepakt. Steeds meer stallen, steeds dichter bij elkaar op enorme betonnen oppervlaktes. Zelfs binnen een straal van 1 vierkante kilometer staan er hier al acht megastallen waarin een half miljoen kippen moeten leven. Leven?

Maar ook in het mooie uitgestrekte waterwingebied achter ons in het vogelrichtlijngebied verschijnen gaandeweg dergelijke stallen. Stallen die het uitgestrekte vergezicht naar het natuurgebied van de Maatjes volkomen belemmeren. Het mag allemaal. Waar nu nog weidevogels te bespeuren zijn – hier om ons heen al lang niet meer – zullen ook daar weldra betonnen oppervlaktes hun plaats in het groene landschap gaan opeisen.

Boos? Ja, ik ben heel erg boos. Omdat de mens met al zijn ‘slimheid’ dat op zijn geweten heeft. Omdat de gemeente en provincie alle vergunningen hiertoe verstrekken. Omdat de machtigen van dit land ons voorhouden hoe belangrijk het is om de economie in stand te houden door miljoenen (plof)kippen van hier – België zelf is verzadigd – te exporteren naar Aziatische landen. En dat deze kippen gevoerd moeten worden met sojavoer uit Zuid-Amerika waar regenwouden voor moeten worden omgekapt.
Behalve het treurige kippenleed, de gevaren voor de menselijke gezondheid en het verdwijnen van schone lucht, helder water en natuurschoon, kreunt dit kleine ministukje groene grond van 8 km2 rond mij onder een veel te zware wereldlast die het uitputtend moet zien te dragen.
Maar het is een machteloos verhaal. Want het monddood maken van degenen die bezwaar aantekenen tegen dit alles – bezwaren worden niet gehoord of van tafel geveegd – lijkt een steeds aangenamer sport te zijn van de verantwoordelijke gezagdragers. Eigen belang lijkt glashard boven het algemeen belang te gaan.

Ik ben boos. En dat mag ik gewoon zijn, ook al ben ik duizend maal een yogaleraar.
Zo las ik onlangs van zijne heiligheid de Dalai Lama het boekje ‘Wees boos’ (‘Be angry’), waarin het gaat over de vraag hoe we moeten omgaan met ongelijkheid en maatschappelijk onrecht. Is het on-boeddhistisch om boos te zijn?, vraagt de Dalai Lama zich af. Hij schrijft: ‘Als we boos zijn óp mensen met macht, levert dat geen verandering op. Het creëert nog meer boosheid. Als we boos zijn námens degenen die onrechtvaardig behandeld worden, zijn we boos uit mededogen. We zijn ons bewust van dezelfde pijn, woede en verontwaardiging van het verdriet en de absurditeit van deze wereld.’ We zijn ons bewust van de pijn en het verdriet van de natuur, van de mensen en de dieren om ons heen als we ze zien lijden onder de uitbuiting van machthebbers zonder enige rancune. Hoe rooskleurig ziet de toekomst eruit?
Het is belangrijk dat we actie ondernemen en toch bij onszelf blijven. Maar dat is niet makkelijk.

Zo kreeg ik een tijd geleden onverwacht een ‘vertrouwelijke’ brief van de politie waarin vermeld stond dat ik verhoord moest worden en diende voor te komen. Ik zou verdacht zijn van het plegen van een misdrijf i.c. diefstal, belaging en opzettelijke beschadiging. Belangrijk, zo werd geschreven, om van te voren alvast een advocaat in de arm te nemen omdat de kans bestond dat mij mijn vrijheid ontnomen zou worden.
Tijdens het verhoor – wat anders dan maar te gaan? – bleek dat ik twee in aanbouw zijnde stallen zou hebben vernield door bedradingen door te knippen, spullen kapot te hebben gemaakt en koperleidingen te hebben meegenomen.
Hoewel ik wel eens wat vergeet was ik ervan overtuigd dat deze sabotagedaad me niet ontgaan was, anders zou ik me die vast en zeker ja ja! nog wel hebben herinnerd. Ik vroeg de inspecteur van politie hoe ze zomaar aan mijn naam waren gekomen. Van de gemeenteambtenaren. Mijn naam was bekend en cirkelde rond. (Bestond er niet zoiets als een beroepsgeheim?) Ik had inderdaad in het verleden, volgens het recht van iedereen, meerdere malen bezwaar aangetekend tegen de bouw van nog meer kippenstallen, ondertekend met mijn eigen naam (anoniem geschreven bezwaarschriften tellen niet mee.) Hoe gevaarlijk, blijkt nu achteraf.
Ik was boos. Ook omdat na dit verhoor geen inspecteur of geen politie mij ooit gemeld of geschreven heeft, met excuses, dat ik onschuldig was en dat de saboteur niet deze bijna 70-jarige oma was maar dat het ging om een paar meer professionelere dieven.

Hoe dan ook… ik moest daarna leren innerlijk los te komen van mijn woede naar gezagdragers toe, om de politie weer als ‘mijn beste vriend’ te zien en het hoofd van de burgemeester wat leuker te vinden. Dat valt niet mee, zeker niet wanneer ik naar buiten ga, naar het dorp fiets, tussen de grote stallen door. Ik hoop op een ommekeer, en ik vermoed dat die niet al te lang op zich zal laten wachten.

De kleine Greta is mijn baken. Haar uitspraak die ze onlangs deed ontroerde me, nadat ze in New York was aangekomen en haar gevraagd werd hoe ze dacht over president Trump. Op haar integere wijze zei ze dat ze hoopte dat deze man bewust zou gaan worden.
Enkel bewust worden. Het kleine meisje van 16 vroeg de grote man of hij alsjeblief bewust wilde worden. Geen politieke aantijgingen, geen persoonlijke uithaal of een boze verzetsgedachte. Enkel bewust worden van de pijn die hij veroorzaakte.

Posted in:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*