MUSJE

MUSJE

Het musje zat er zomaar. Vanaf mijn bed kon ik hem zien zitten in de pruimenboom. Alleen zijn kopje draaide zo nu en dan kalm wat rond. Volkomen op zijn gemak en verder onbeweeglijk. Hoe opmerkelijk. Normaal vliegen en fladderen op deze plek, waar volop vogelzaadjes te vinden zijn in het schommelende voerbakje, altijd vijf of zes drukke meesjes en musjes schichtig af en aan, bezig met elkaar te bevechten om de beste zaadjes en de beste plaats.
Maar nu was er vreemd genoeg geen enkel ander vogeltje te bekennen. Ik hees me nog eens goed in de kussens om te zien wat ik zag. Het musje bleef gewoon zitten niksen. Een rokend pijpje in zijn snaveltje en een paar pantoffeltjes aan zijn pootjes zouden niet misstaan.
Door zijn uitstralende niks-doen-gedrag leek de hele vogelwereld rondom even tot rust te zijn gekomen. Het was zo kalm in het bos, dat elke vogel, hè hè, zijn rust nu leek te nemen.
Het musje deed me denken aan Wang Tai, uit het boek van Zhuang Zi.

Wang Tai, wiens voet was afgehakt omdat hij een misdaad had gepleegd (een gangbare straf in China), bleek evenveel volgelingen te hebben als de bekende Confucius. Een discipel van Confucius vroeg hoe toch deze Wang Tai, die immers een misdaad had begaan, zoveel volgelingen kon hebben. De discipel had daarbij ook nog eens vernomen dat Wang Tai niets bleek te onderwijzen en niets bleek te bediscussiëren. Toch vulde hij de mensen die naar hem toekwamen met een volstrekte volmaaktheid. Wat was die Wang Tai voor iemand? Bestaat er dan zoiets als een leer zonder woorden?
Confucius antwoordde dat deze meester een heilige mens was en dat hij in Wang Tai zelfs zijn meerdere zag, ondanks dat zijn voet geamputeerd was. Hij zei dat deze Wang Tai zich door niets liet beïnvloeden. ‘Hij verkeert in een onafhankelijke positie, waar hij niet door de dingen meegesleept wordt…. Hij ziet de dingen, ze zijn slechts afbeeldingen, in hun eenheid en laat zijn geest vrij rondzwerven zonder zich er rekenschap van te geven van wat of hij hoort en ziet wel juist is….hij beschouwt dat als de kennis van het Ene. Zodoende heeft hij een hart dat nooit zal sterven.’
Maar waarom verzamelen zich dan zóveel mensen om hem heen?, vroeg de discipel. Confucius antwoordde dat mensen zich niet spiegelen in stromend water, maar in stilstaand water. Als je stil wilt zijn kan alleen wat stilstaat je stil maken. Alles wat stilstaat kan alles stil maken.
Of volgens een taoïstisch gezegde: Voorspoed ligt in het “stilstaan van het stilstaan”.

Het musje zit nog steeds buiten in het bos op zijn tak. Hij lijkt veel volgelingen te hebben, zo rustig is het. Zelfs een musje kan een meester zijn. Het is maar waar je je door laat leiden. Ook ik raak stil, stil gemaakt door het musje. Ik in mijn bed en de mus op zijn tak.

Posted in:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*