DE ZIEL VAN DE DINGEN

DE ZIEL VAN DE DINGEN

Bijna iedere vrijdagmorgen ga ik naar Antwerpen. Om luisterboeken in te lezen voor blinden en slechtzienden.
Met de tram rijd ik door de stad tot aan de studio van Licht en Liefde, waar Esmeralda, mijn studiomeester, die zelf ook slechtziend is, me al opwacht. Na wat gebabbel samen, soms gezellig te lang, zet ik mijn koptelefoon op en begin voor te lezen in een afgezonderde kleine opnameruimte.
Een uur lezen is heel intensief, alle woorden moeten de juiste intonatie hebben, geen uhhh of een verspreking, geen opkomend borreltje uit keel of maag, de bladzijdes moet ik stil omslaan, bij elke nieuwe pagina of hoofdstuk moet ik een paneelknopje induwen, niet te lang of te kort wachten, anders legt Esmeralda genadeloos de opname stil om de zin weer opnieuw in te laten spreken.
Een hele kunst (waar een grondige selectie aan voorafgaat) en voor mij de leukste baan, vrijwillig, ooit. Behalve dat een mens heel wat boeken kan lezen en met anderen delen, kom ik met woorden in aanraking waarvan ik in de verste verte niet weet hoe ze uitgesproken moeten worden.
Mijn huidige boek is een Japans boek, weliswaar in het Nederlands vertaald, waarin het wemelt van de Japanse woorden en namen. De titel alleen al kost me halsbrekende toeren om ‘Ichigo ichie’ op de juiste manier uitgesproken te krijgen. (Gelukkig kan ik via een Googleiaanse uitspraakmachine de uitspraak horen.) Maar dan nog. In het Japans is de klemtoon van groot belang: het is geen súshi, maar sushí. Wat te denken van kintsukuroi, chanoyu, Monogatari, yozakura, Hikari Oe enzovoorts Waar ligt de klemtoon? Enfin, allemaal leuk en belangrijk om de ziel en de klank van een taal in ere te houden.
Maar het leukste is…inhoudelijk kom ik ook nog iets te weten. Zo lees ik over de kunst van kíntsugi: de Japanse kunst van het samenvoegen van stukken gebroken aardewerk om zo de ziel van een kom te redden. Om zo oude bekers en kommen met krammen en gouden lak nieuw leven in te blazen, zodat het herstelde nog mooier is dan voorheen, omdat de littekens gezien mogen worden.

Vergelijk ons leven, het verouderde lichaam, dat barsten heeft opgelopen maar voor ons geen schaamte oplevert. De barsten maken deel uit van onze geschiedenis, en verdienen een extra gouden glans die een weerspiegeling van ons eigen licht is. Doorheen de barsten schijnt juist het licht. Juist door onze problemen worden we gevormd en vernieuwd en verlicht. We moeten die glans leren her-ontdekken in elkaar en in onszelf.

Momenteel lijkt helaas voor velen van ons de anti-verouderingsindustrie een absoluut pressiemiddel geworden om ons uiterlijk te verdoezelen en te verbergen…elke rimpel erbij betekent een fatale onvolmaaktheid. De moderne cultuur is geobsedeerd door cosmetische volmaaktheid.
Mijn kleindochter van tien liet me van de week al een paar rimpeltjes bij haar neus zien. Eerlijk is eerlijk, ook ik moet wennen aan mijn rimpels en voel dat het blijkbaar niet gepast is in deze samenleving om te verouderen. Wat een zielloze levens-onwaardige blik op de diep verborgen glans van ouderdom! Ik weiger dus om zo te kijken.
We moeten anders leren kijken en zien. Ik weiger ontrouw te zijn aan mijn ouder wordende lichaam, dat mijn enige thuis is hier op aarde. Als ik mezelf door de blik van anderen zie, vervaagt mijn eigen schoonheid in een onaangename en lelijke aanblik. Hoe anders als ik mezelf van binnen zie!

Ik houd overigens van het oude, het verweerde, van mijn niet nieuwe kleren, meubels, boeken, piano en mijn oude bos waarin ik geen kaalslag toelaat om de boel ‘ keurig aan kant’ te hebben. Ik lees de geschiedenis van mijn oude bos. Ik lees de geschiedenis van mijn wollen yogakleedje dat al meer dan vijf en veertig jaar oud is, en het yogakleedje was van mijn leefgroepgenote Fidelis, een Franciscanes en yogalerares, die mijn hart gestolen heeft omdat ze te zacht voor deze wereld was. Mijn yogakleedje moet net zo regelmatig gefestonneerd worden als de gebroken kommen met krammen hersteld moeten worden.

Ik houd van de ziel en de klank van een taal, ik houd van de scheuren in mijn tafel en van de oude antieke stoel die kraakt als je erop gaat zitten. Er zit een verborgen schoonheid in. Schoonheid vindt zichzelf dan ook het liefst op een verwaarloosde afgezonderde plek, los van het publiek.
In de stilte van mijzelf alleen kan ik die absolute schoonheid vinden die tijdloos volmaakt en bezield is. Daar kom ik dat soort licht tegen dat elke vorm en aard respecteert. Niets is eeuwiger dan de stilte die geen enkele ouderdom of vorm kent.

Posted in:

One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*