PAS ALS HET ER NIET MEER IS…

PAS ALS HET ER NIET MEER IS…

Struikelend zocht ik vanmiddag mijn weg door een slordig groot bos met dwarsliggende bomen. Geen enkel pad lag vrij en het was moeilijk om een weg te banen te midden van de wirwar van struiken. Alles was dichtgegroeid. Hoewel ik eigenlijk niet in dit bos mocht komen was de verleiding té groot om niet te proberen bij die prachtige open plek te komen die ik zo goed kende. Niemand zou er zijn want het was zo stil.

Maar zover zou het niet komen. Ook al leek er niemand te zijn, de duvel was er in een klein hoekje wel.
Een grote gevelde boom met wat kleine boompjes moest ik zien te overstijgen. Er was geen andere doorgang. Terwijl ik een lage plek vond om over de stam heen te klauteren hield ik mij met mijn linkerarm vast aan een tak. Op het kritieke klautermoment brak plotseling de tak af, en mijn arm maakte een lelijke zwaai naar achteren terwijl ik op de grond viel. Een felle pijnscheut door mijn bovenarm en schouder waarschuwde me dat ik mijn veroveringstocht misschien maar eens moest staken. Dat was duidelijk.
Ik stond op en liep een beetje sip met een lam armpje terug door het slordige bos naar huis.
Tot mijn opluchting voelde ik dat er niets gebroken was, ook al kon ik mijn arm moeilijk optillen en zat er weinig kracht in. Mijn spieren hadden een flinke optater gehad.

En dat betekent een halve dag later dat ik nog maar heel langzaam mijn linkerarm kan bewegen. Heel langzaam…Soms moet ik hem zelfs helpen optillen om hem over een bepaald punt heen te brengen. Een hele ervaring, waarvan ik weet dat miljarden en nog eens miljarden mensen over de hele wereld dagelijks zó langzaam hun arm of hun been of hun hele lichaam, denk aan MS, kunnen bewegen. Ik heb niks gezegd. Ik leg mijn arm maar stilletjes in een mitella.

Ja, pas als iets niet meer naar gewoonte werkt, ervaren we ineens de slimme slimheid van ons lichaam en stoppen we plots robots te wezen. We verbazen ons, hoewel het te laat is. Kennelijk moet er eerst iets gebeuren om de vanzelfsprekendheid van onze functies belemmerd te zien. Dan pas gaan we appreciëren wat we eerst niet konden appreciëren.

In tegenovergestelde zin geldt dat voor spanningen. Spanningen lijken bij ons te horen als een normaliteit. Het is normaal dat we een druk gejaagd lichaam hebben met een druk denkverkeer vanbinnen. We zien het niet als een gebrek waar we aan lijden. We zijn zo gewend aan een rusteloze geest, we zijn zo gewend aan lichaamsspanningen dat we ze geeneens voelen of opmerken.
Met als gevolg dat we geen idee hebben hoe het voelt als onze spanning verdwenen zou zijn.
Hoe het zou voelen wanneer we tussen de ribben, in de longen, de rug, ons hoofd, onze maag, onze zenuwen en in ons hele lichaam geen spanning meer zouden hebben. Het is raar maar waar…we weten het niet. Het is een ver verhaal waar we zelfs nooit aan denken. Laat staan het ooit hebben ervaren!

Maar pas als we werkelijk de gelegenheid hebben om onze spanning diep te kunnen loslaten, ontdekken we hoe vol spanning we zaten. Pas als het er niet meer is. Hoe we onszelf als opgestopte worsten volgestouwd hadden met tienduizend dingen. We ontdekken ontspanning pas als de druk van spanning verdwijnt. Eerder niet.
Wanneer we werkelijk uit de altijd aanwezige gespannen boog zouden stappen wordt een onmetelijke vrijheid ineens ons deel. Voor velen onbekend. Een lichtheid en een leegte, een ervaring van een volkomen andere dimensie die ons in contact brengt met een geheel ander mens dan die we daarvoor waren.

Zelfs als schrijven met een arm in een mitella belemmert om te schrijven… de smak was raak om te schrijven.

 

Posted in:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*