JUF, IK HEB DE STILTE GEHOORD!

JUF, IK HEB DE STILTE GEHOORD!

Vanmiddag gaf ik voor het eerst pianoles aan mijn kleindochter. Ze wilde dat graag.
Hoe roerend om te zien hoe haar kleine vingertjes ineens iets moesten doen dat ze totaal niet gewend waren. Een voor één, heel gedresseerd, na elkaar de eerste drie noten spelen, daarna de vierde erbij, en toen nog de vijfde: cee-dee-ee-ef-gee. In het begin waren de vingertjes onwillig en konden – tok, tok, tok – uitsluitend staccato de toetsen aanslaan. Maar al gauw kregen de vingertjes contact met de toetsen, de noten werden wat langer verbonden en de kleine Mies benoemde zachtjes meezingend de noten in alle op en neer gaande variaties uit het pianoboek.
Meer deden we niet. Maar dat was al heel veel in drie kwartier tijd. Het was al verbazingwekkend hoe ze de noten op de notenbalk door elkaar heen kon lezen en spelen. En door het vermakelijke commentaar van Mies, beloofde het leuk te gaan worden. ‘Het lijkt een beetje op liedjes spelen’, zei ze. En dat wilde ze zo graag. Nog even vroeg ze me over de stokjes aan de noten en de hele, halve en kwart noten, en toen ging ze hollend met haar pianoboek onder haar arm naar huis. “Ik ga thuis oefenen’, riep ze nog.
Ik was gelukkig dat ik haar een beetje had kunnen leren luisteren naar tonen die ze zelf kon lezen en spelen. Hoe belangrijk was luisteren om te kunnen spelen. En spelen om te kunnen luisteren.

Dat luisteren belangrijk was, werd mij een tijd geleden duidelijk toen ik op een basisschool aan een klas van tienjarigen mocht komen vertellen over het beroep van yogalerares.
‘Weet iemand van jullie heel misschien wat yoga is?’, was mijn eerste simpele vraag. Aarzelend gingen er wat vingertjes omhoog. ‘Je wordt er rustig van zegt mijn tante, want die zit op yoga.’ ‘Je kunt dan beter slapen.’ ‘Je wordt er ontspannen van.’ ‘Waarom zou je dan moeten ontspannen en rustig worden?’
Dat was olie op het vuur gooien want een paar tellen later sprak ik met de kinderen over hun eigen onrust, bangheid, gepest worden, alleen voelen, verlegen zijn en zich anders voelen. Er kwamen zulke eerlijke onthullende gevoelens naar boven dat ik er stil van werd. Wat een verborgen emoties huisden er in al die kleine mensjes! Om ze een beetje gerust te stellen vertelde ik hun ook over mijn eigen angsten toen ik klein was, en nu nog… Maar wat dan daarmee te doen?
We gingen een paar oefeningetjes doen om het verschil te voelen tussen wat onrust is nu, wanneer je die goed kunt voelen, en erna. En vervolgens na een diepe buiging met een lange ademhaling zei ik onverwacht: ‘Ssst, en nu gaan we even héél stil zijn.’ Omdat de kinderen zoveel gepraat hadden en wat oefeningen hadden gedaan (het valt me op dat ademen bij kinderen zo oppervlakkig verloopt) werden ze prompt muisstil. Voelbaar vonden ze dat fijn, die stille pauze. Toen vroeg ik na een tijdje: ‘Wat kun je nu horen?’ Iedereen luisterde. Wat konden ze horen?
Toen ging er een vingertje omhoog: ‘De klok hoor ik tikken’. ‘Ja precies, dat hoor ik ook. Goed. Wat hoor je nog meer?’ Na een stilte kwam een ander vingertje: ‘Er kwam zojuist een auto langs’. ‘Ja, dat hoorde ik ook. Kun je nog meer horen?’ Na lang aarzelen weer een vingertje: ‘ik hoor mijn ademhaling.’ ‘Prachtig! En wat nog meer?’ Wat konden ze nog meer horen dan??
Ineens dook een vingertje van een kindje omhoog dat kennelijk nog iets gehoord had: ‘Ik hoor stilte.’ ’Ja…dat is knap. Kun je daarnaar luisteren? Naar de stilte? Laten we eens luisteren…’ Alle kindjes luisterden. ‘Is het saai?’ Toen ging er een vingertje omhoog van een jongetje dat nog niets gezegd had. Heel zacht en verlegen zei hij: ‘Ik word daar heel rustig van.’

‘Juf, ik heb de stilte gehoord!’, hoorde ik later een kindje roepen naar haar eigen juffrouw. ‘Ik ook’, riep toen een ander kindje.

Alsof dat heel zeldzaam was. Maar ja dat is het ook! Voor iedereen. Kennelijk registreren wij mensen alleen het geluid en niet de ruimte om het geluid heen. Er moet altijd ‘iets’ zijn dat hoorbaar is. Maar niets? Leren luisteren naar dat ‘niets’ erom heen? Wat voor zin heeft dat?
Krishnamurti zegt hierover: ‘In werkelijkheid heeft het denken zo’n wereld van illusies, van bedwelmende dampen en verwarring geschapen dat het de intelligentie verdrongen heeft. En intelligentie is juist de stilte van het brein.’ (uit ‘Het ik als geweld’)

Intelligentie ontwaakt wanneer het luidruchtige brein stilvalt. Rechtstreeks contact met het stille heelal zonder toegangscodes of wachtwoorden. We hoeven er niets voor te doen. We hebben zélfs geen zin meer in pesten.
Alleen maar wat zacht zingen: cee-dee-ee-ef-gee…en dan niks meer.

Posted in:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*