BEGRENSD LEVEN….OF?

BEGRENSD LEVEN… OF?

Mijn partner die in Engeland woont zal ik waarschijnlijk voor een langere tijd niet meer zien, de grens die een paar kilometer hiervandaan sinds een paar dagen volkomen afgesloten is maakt dat ik niet even op en neer naar Nederland kan. Heel langzaam realiseer ik me al die dingen. Het gevaar loert…
Afgelopen vrijdag wilde ik met mijn kleindochter boodschappen gaan doen want we zouden samen voor iedereen gaan koken. “Maar oma, dat gaat niet, boodschappen doen. Als ze ons met ons tweeën zien in de winkel!” Geen haar op mijn hoofd die daaraan dacht. “Ja, maar we eten toch ook altijd samen?”, opperde ik. “Ja, maar dat ziet niemand.” “O, dus we mogen niet op straat samen gezien worden, terwijl we overdag gewoon bij elkaar in- en uitlopen.” “Ja sorry hoor oma, maar zo is het wel.”
“Nou, dan ga ik wel alleen. Maar je hebt wel gelijk.” Ik bewonderde mijn kleindochter om haar verstandigheid die mij, een klein kind van zeventig, op de vingers getikt had. Ze zei: “Ik zal wel een sorry-tekening maken als je thuis komt. Als jij maar lekker zalm en tomaatjes meeneemt!” “Doe ik, daaaag.” Toen ik thuiskwam – het bleek die dag de laatste keer te zijn dat ik nog in Nederland mocht rondrijden – lag er een pracht van een grote verftekening klaar: een grote stevige zwarte boom met takken in het midden van de tekening. Aan de linkerkant van de boom was het warm en zonnig zomerweer, aan de rechterkant een koude winter vol ijzig blauw met dikke sneeuwvlokken. We kwamen er samen achter dat dat de twee kanten van onszelf waren…soms vrolijk en licht, soms somber of droevig of eenzaam, soms zingend of opgewonden, soms stil naar binnen getrokken, soms eerlijk en open, en soms een beetje geniepig. Zoals we nu een beetje geniepig waren, hihi.

Ik dacht er nog over na, over de tekening. Want er moest toch ook iets in ons zijn dat zich niet liet meeslepen door de winterkilte en de zomerhitte. Zoals nu iedereen zich door zijn emoties liet leiden, sommigen vol zorgen en angsten en anderen lichtvoetiger die de plotselinge vrijheid genoten.
Ik nam mezelf onder de loep en dacht aan mijn inmiddels weer uit de grond opkomende stevige heilsoldaatjes, mijn Lelietjes van Dalen, die in het bos nergens van afwisten, van geen coronavirus of gesloten grenzen, niet hoefden te hamsteren en geen anderhalve meter afstand van elkaar namen. Een onverstoorbare drang tot groeien, een reikhalzen naar het licht, was het enige waar ze zich mee bezighielden.
Hoe zou dat zijn, reikhalzen naar het licht? En terwijl ik dat dacht voelde ik ook ineens mijn eigen lichaam langer worden, groeien, en vanzelf rechter opzitten vanuit zijn eigen natuur om iets op te vangen dat langer en wijder was dan ikzelf. Dat was bevrijdend. Mijn geest verstilde omdat mijn hoofd ruimte kreeg. Ik werd gewaar dat ik eigenlijk niets wist en ook niet kon weten. Het verwrongen denken dat de hele dag koortsachtig bezig was geweest met zoveel redenaties, verdween. Het ‘mezelf’ loste op. Een radicale verandering ontstond omdat alle wrijving van het denken, alle egocentrische bedrijvigheid, alle onrust, alle onzekerheid geen voeding meer kregen. Ik keek om me heen en zag de wereld in zijn geheel zoals die nu was. Ik had door een beslagen bril gekeken. Maar nu was het volkomen stil vanbinnen. Ineens zag ik hoe het er feitelijk uitzag.

Jankend als honden hadden afgelopen week vele pub bezoekers in Engeland het bericht ontvangen dat de pubs de komende maanden gesloten zouden worden. Het hele sociale leven zou ontwricht raken. “Hoe kan ik de hele dag samen met mijn vader in één huis zitten? Dat is onmogelijk.”
Nu hoorde ik vandaag van een pub bezoeker dat hij zijn gitaar, die hij sinds jaren niet meer had aangeraakt, weer had opgepakt. Zachtjes had hij er wat bij gezongen.
Niets weten we, niets.

Posted in:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*