

Ik heb een heel klein tuintje, zo klein en niks dat je het eigenlijk geen tuintje kunt noemen. Slechts twee schamele hortensia’s waaraan een paar geduldig oudroze bloemen bloeien, ernaast drie geraniums met goedkoop-roze bloempjes nog in hun potjes, en links hiervan een oude kabouter die tegen een hoge dennenboom aangeleund staat. Niet echt een b(l)oeiend onderwerp voor een gerenommeerd tuin&architectuur-tijdschrift. Eerder een onaanzienlijk goedkoop toevallig bij elkaar geraapt stukje tuinafval.
Hoe kan het dan dat er in mij een knus luikje opengaat steeds als ik langs ‘mijn tuintje’ loop? Waarom wordt mijn hart warm als ik dit toevallige plekje aanschouw? Misschien omdat ‘het tuintje’ midden tussen de bomen ligt? Misschien omdat de bloempjes zo hun best doen in deze droge tijd? Misschien is het omdat elke vorm zoals wij denken dat tuinen netjes, kunstzinnig, mooi bloeiend, verantwoord en smaakvol eruit moeten zien, hoe klein ook, hiermee met de voeten getreden wordt? Wanneer heet iets een tuintje?
Ik weet het! Het is de magie en de sfeer van het toevallige ontstaan der kleine onopgemerkte dingen, het ongebonden nergens mee verbonden zijn, planloos en niet reikend naar iets. Het is een kleine ongewilde seconde die jou vraagt te kijken en te voelen en wakker te worden voor het magische ongrijpbare dat niets inhoudt waar wij waarde aan hechten.
Ongebonden, los van de wereld zijn maakt vrij. Waarom? Omdat ongebonden zijn onze normale staat is. Té vastklevend zijn aan onze waarden en normen en gewoontes en keurigheid maakt dood en zielloos, en…doodmoe. Gooi het weg en voel je vrij.
Laten we weer voelen dat natuurlijke vreugde de staat van onze cellen bevrucht oftewel bevreugdigt. Laten we ons richten naar die kinderlijke bezieling die kleine magische plekjes vreugde geeft. En die zijn overal te vinden, zelfs naast jou…in jou…nu
