EEN MODERNE FRANCISCUS
Ik voelde zoveel vreugde om tegenover hem te zitten.
Het was de 99-jarige broeder Nivard, die ik overigens al meer dan 45 jaar ken, die mij ’s morgens had opgebeld om te vragen waar ik toch zat. Hij wilde me graag zien. Diezelfde middag, gistermiddag, zat ik al tegenover hem. Alsof er geen jaar tussen zat was direct de toon letterlijk weer gezet. We zongen…
Broeder Nivard speelde in ons leven een grote rol omdat hij indertijd onze zangleraar was vanuit de Abdij Mariatoevlucht. (Met zeven mensen, waar onder Albert en ik, leefden we toentertijd samen in een spirituele gemeenschap in Rijsbergen en waren we initieel verbonden met de Abdij van Zundert zodat de monniken daar – toen nog met velen in aantal – onze deelgenoten waren). Behalve de abt Jeroen, die mijn mentor was, was broeder Nivard degene die ons zangles gaf en ons de psalmen leerde zingen volgens de Benedictijner monnikenorde.
Broeder Nivard is daarna nooit meer uit ons/mijn leven verdwenen, zelfs niet nadat hij na 50 jaar trouw uit het klooster is gestapt om met zijn lieve Marina te trouwen. Zijn eigen naam werd weer Frans.
Was hij daarmee dus broeder af? Nee, het tegenovergestelde. Hij zong, hij sprak, hij zag, hij vertelde, hij bezielde helemaal op eigen wijze en als nooit tevoren (iets wat hij in het klooster nooit tot uitdrukking had kunnen brengen).
Juist deze middag toen ik tegenover hem zat viel het mij op. Deze monnik is een heilige.
In mijn ogen is deze broeder/priester zo’n eenvoudig mens dat hij een heilige is, een moderne Franciscus, religieus en direct verbonden met God (‘religare’ = latijn voor verbinden), helder en in volle overgave, als een kind levend in Gods vertrouwen, diep gelukkig en in constante dankbaarheid, en zingen, zingen, zingen… Zoals hij daar zat en voor mij antifonen zong en mij vertelde waar die beeldende heilige woorden over gingen. Met een verhalende zangstem, met lange armen als wijde vogelvleugels de maat slaand, met zoveel vreugde zijn ziende waarnemende blik op de oneindigheid…het was adembenemend. De dikke poes naast hem op de vensterbank bij het open raam knipperde hem instemmend toe.
We spraken een paar uur samen, ik kon hem mijn diepste vragen stellen, hij zong weer en ik zong ook. Ik begreep dat het om nederige eenvoud en overgave ging.
En dat dat zóveel vreugde gaf was zichtbaar – hoe anders kon iemand zo levendig, begenadigd en vitaal 99 jaar worden!
“Als je dat door hebt…dat je niks hoeft te doen, en dat alles je in je schoot geworpen wordt, hoe moeilijk soms ook. Volg die weg maar. Maar je moet het wel zien…”
